fbpx

Daar stond ik dan. Zwetende handen, trillende benen, koud, warm, rillingen over mijn hele lijf. Mijn hart klopte in mijn keel, ik voelde kriebels in mijn buik en ik ademde onregelmatig. Mijn lichaam draaide op volle toeren om mijn angst en paniek een plek te kunnen geven. Voor mij zaten 5 docenten, schuin achter mij de pianist. Ik stond in het midden van de ruimte, een groot, open en licht klaslokaal van het conservatorium in Rotterdam. Ik had mijn zangtentamen, het was ergens halverwege het tweede jaar. Er hing veel van af voor me. Het was erop of eronder. Deze moest ik halen, want zo was mij verteld, dit was mijn herkansing om mijn propedeuse nog te kunnen halen van het eerste jaar. No pressure. Ik voelde de druppeltjes zweet langs mijn armen naar beneden lopen en ik voelde de controle langzaam wegglippen. 

Veel weet ik niet meer van het tentamen want toen het klaar was ben ik uit schaamte weggelopen en bijna rennend naar de wc vertrokken. Mijn laatste zangnoot ging gigantisch mis, ik zat er compleet naast en terwijl ik het zong, had ik dat al door. Error. Mijn hoofd blokkeerde en ik had een soort black-out. Het ergste wat me had kunnen overkomen, gebeurde. Achteraf gezien logisch, maar toen voelde dat als het einde van de wereld. 

Eenmaal op de wc kwam ik wat bij. Nadat ik al mijn angst, paniek, frustratie en schaamte eruit had gehuild. Wat was ik in paniek zeg en wat had ik het verkloot! 

Terwijl ik dit verhaal type voel ik weer helemaal die spanning en angst van dat moment door mijn lijf gaan. Het is bizar wat zo’n herinnering, zo levendig, met je kan doen. 

De reactie zoals hierboven beschreven was helaas geen uitzondering en ik ervaarde deze spanningen vaak ook in de lessen. Soms zelfs zo heftig dat ik mijn kleding wel meerde malen moest wassen, om de sterke geur van angstzweet eruit te krijgen. Ja, die geur is echt en heel heftig aanwezig. 

Ik merkte al snel tijdens mijn studie aan het conservatorium dat ik alles doodeng vond. Ik kreeg last van faalangst en ik trapte in alle bijkomende valkuilen. Ik stond niet stevig in mijn schoenen, ik vond het doodeng om fouten te maken, want alles moest perfect zijn. Ik kon mij niet meer richten op het proces of mijn ontwikkeling. Ik dacht dat als ik het niet goed deed, ik nooit werk zou krijgen en dat niemand me meer aardig zou vinden. Ik voelde me letterlijk bij elke niet goed gezongen noot minderwaardig als mens. 

Dit deed wat met mijn eigenwaarde, mijn zelfvertrouwen. Ik raakte overspannen en zag door de bomen het bos niet meer. Ik was negatief over mezelf, over mijn eigen kunnen en voelde me ongelukkig. Ik vergat waarvoor ik kwam, waarvoor ik het deed en ik vergat het gevoel dat ik het aan zou kunnen.

Ik geloofde niet meer in mezelf.

Na het zangtentamen (dat ik overigens ‘half’ had gehaald), besloot ik te stoppen met het conservatorium. Ik kon niet meer. Ik was mezelf en mijn passie helemaal verloren. 

De jaren daarna ben ik psychologie gaan studeren en heb ik er mijn missie van gemaakt om te begrijpen waarom ik toch zo’n sterke faalangst had ervaren bij iets dat ik zo ontzettend graag wilde. Het was toch mijn passie?! Zingen, toneelspelen en op het podium staan voor een groot publiek, mijn verhaal vertellen? 

Hoe kon het toch dat ik me zo door angst heb laten leiden? 

Tijdens mijn studie psychologie en alle lessen die ik daarna leerde, ontdekte ik meer en meer dat mijn faalangst een resultaat was van mijn perceptie van de situatie op het conservatorium. Dus hoe ik tegen mezelf, de omgeving en mijn prestaties aankeek in combinatie met de mate van zelfliefde die ik had. Je kunt het wel raden: die was erg laag.

Ik leerde meer en meer dat alles afhangt van de manier waarop je naar iets kijkt. Ik leerde dat je kunt kiezen hoe je een situatie ervaart. Dat je kunt kiezen tussen negativiteit en competitie of positiviteit en overvloed. Dat je kunt kiezen voor: ‘er is een tekort, niemand is goed genoeg en er is niet genoeg voor iedereen’ óf ‘er is overvloed, iedereen is goed zoals hij is, iedereen is heel en er is genoeg voor iedereen’. 

Dit leerde mij te handelen en denken vanuit liefde en compassie. Ik leerde om mijn eigen gedachtes om te zetten, ik leerde minder en minder streng te zijn voor anderen en ik ging op zoek naar het mooie in anderen. Ik leerde anderen waarderen en vergeven. Ik leerde dat iedereen goed is zoals hij is, perfect en heel is geboren en ik leerde dat iedereen iets moois te bieden heeft. Hoe meer ik dit leerde toepassen op anderen, hoe meer ik dit kon toepassen op mijzelf. Toen ontstond er ruimte om ook zachter naar mezelf te kunnen zijn. Om liefde, compassie en vergeving voor mezelf te voelen. 

Ik leerde te houden van mezelf. Onvoorwaardelijk. 

Toen ik dit begreep, echt leren houden van mezelf, toen verdween mijn faalangst. Ik had niemand anders meer nodig om te bevestigen dat ik er mocht zijn. Dat kon ik zelf doen. De druk op mijn prestaties, mijn acties, mijn handelen… het nam af. 

Omdat ik wist: ik ben goed zoals ik ben.